Beoordeling
In een tijdschrift lees ik een artikel dat over de waardering van 2009
gaat. Enkele bekende Nederlanders geven hun jaar een cijfer. Dat
varieert van een 7 tot een 10.
Zoiets stemt tot nadenken, althans bij mij. En ik vraag me af welk cijfer ik dit jaar wil geven.
Mijn 2009 was een bewogen jaar. In januari werd duidelijk dat de enige
broer die ik nog had, niet lang meer zou leven. Hij woonde een
behoorlijk eind van me af, maar gelukkig stemde hij erin toe om de tijd
die hij nog had in een verpleeghuis bij mij in de buurt door te
brengen. Dat bleek een periode van 5 weken te zijn. En in die weken
bespraken we meer dan we in alle jaren dat we broer en zus waren
geweest hadden gedaan. We deelden het verdriet om zijn terminale
ziekte, we scholden samen op de kanker, we troostten elkaar. Het was
een tijd die ik nooit meer zal vergeten en die iets toevoegde aan mijn
leven. Ondanks alles een goede tijd. Maar toch, hij ging dood en 2009
is het jaar dat dit gebeurde.
Krijgt het jaar nu een onvoldoende?
Decemberleed
Het leven zag er zo mooi uit. De inspiratie blijft maar komen, de boeken lopen
lekker, manlief ziet zijn pogingen om af te vallen lukken en de jongste hond
heeft zijn eerste diploma gehaald. Elementaire Gehoorzaamheid 1, klasse A. Hij
behaalde 76 van de 100 punten. En hij draait dus zijn poot niet om voor de
volgende cursus. Onze decembermaand kon niet meer stuk. Kon.
Afscheid nemen
Het gebeurde ruim twee maanden geleden. Ik wandelde met mijn jongste hond door
het dorp en toen we bijna thuis waren, stopte er opeens een auto vlak naast ons.
Ik zag een bekende uitstappen, een man die honderd meter verderop in de straat
woont. We maken wel eens een praatje als ik langs zijn huis kom en hij in de
tuin bezig is en dan hebben we het over onze gedeelde voorkeur voor de Duitse
herdershond. Hij heeft er ook twee, dus er valt altijd wel iets uit te wisselen.
Maar die middag vroeg hij niets en vertelde hij evenmin iets. Het enige wat hij
deed was uitgebreid knuffelen met mijn hond, die daar gretig op reageerde.
Mijn jongste kanjer is een knuffelkont.
Dwanggedachten

Deze keer ging ik hem winnen, beweerde ik. Mét de jackpot. Ik wist het zeker: Oudejaarsdag 2007 was mijn dag, want ik ging de hoofdprijs binnenhalen van de staatsloterij. Har wees me erop dat ik dit ieder jaar denk. Dat klopt. Maar ik was er nooit eerder zó van overtuigd dat het mijn jaar was. Alles wees in de goede richting. Ik had een lot met het eindcijfer 7, zonder dat ik daarom had gevraagd. Het eerste goede teken.
Ecco's

Bij ons in het dorp wonen veel sportieve mensen. Ik kom regelmatig vrouwen tegen, die met ferme stap op sportschoenen een van de lintwegen aflopen en soms zie ik hen later weer terugkeren. Ze zwaaien naar mij, als ik hen voorbij tuf in mijn bolide. Ze zien er fris en fit uit. Ik kan er niets aan doen maar ik verdenk hen ervan dat ze mij nogal nadrukkelijk bekijken. Met zo’n blik van: Het is een aardige meid maar wel een luie donder. Je kunt haar uittekenen in die Volvo.
Bekend hoofd
We liepen in het park, mijn oudste hond en ik. Laatste rondje van die dag. Een vast ritueel. Om half tien komt hij me halen. Klokslag half tien, geen minuut eerder of later. Mijn hond kan klok kijken. In de verte zag ik een man aankomen, die het pad drie keer nam. Naar links, naar rechts, pas op de plaats, rechtdoor. Hij kwam uit de richting van het dorpscafé en had het duidelijk niet bij één glas gehouden. Toen we nog maar een meter of tien van elkaar verwijderd waren, begon hij enthousiast te zwaaien. ‘Ik ken jullie,’ riep hij en wees op de hond. ‘Lássie!’ Mijn hond is een Duitse herder.
Twijfelen
Gistermiddag heb ik weer eens een lekker gesprek met mijn moeder gehad. Tegenwoordig zitten onze gesprekken anders in elkaar dan vroeger. We praten geluidloos, zonder dat we elkaar zien. Mijn moeder leeft niet meer. Zie het zo: we praten vanuit verschillende dimensies. En de onderwerpen van gesprek zijn niet te vergelijken met die van vroeger. Neem nou bijvoorbeeld het onderwerp twijfelen aan jezelf. Daar was voorheen met mijn moeder niet over te praten. Zij was van aanpakken en oplossen, geen flauwekul, niet zeuren, nergens bang voor zijn. Twijfelen was voor watjes. Maar tegenwoordig ligt dat anders.
Babs

Het is beslist geen straf voor mij: eigen baas zijn en nergens meer op een dienstlijst staan. Maar er zit toch een addertje onder het gras. Ik mis structuur. Ik heb te veel tijd beschikbaar om te lanterfanten. Dan zou ik natuurlijk de hele dag boeken kunnen gaan schrijven maar mijn uitgever kan de productie nu al niet meer bijhouden. Dimmen dus. En iets anders verzinnen. Ik heb iets gevonden! Ik ga huwelijken sluiten. Sinds kort ben ik beëdigd, écht beëdigd door een rechter in het gerechtsgebouw in Alkmaar. Om daar binnen te komen moest ik langs twee beveiligingsbeambten zien te komen en door een poort lopen die kon gaan fluiten of rinkelen als er verdachte dingen in mijn zakken zaten. De poort piepte.
Monster

Wij hebben tegenwoordig twee honden. De oudste is zes en een half, de jongste zes maanden. Ik weet niet meer precies waarom we in hemelsnaam besloten hebben om er een hond bij te nemen. En dan ook nog een pup. We noemen hem het monster. Nou ja, eigenlijk ben ík degene die deze term het meest gebruikt. Maar ik ben dan ook degene die al vier maanden niet meer heeft kunnen uitslapen. Ik ben namelijk een type dat altijd wakker wordt als er beneden een soort kermconcert begint, wat overgaat in driftig geblaf als je niet reageert. De man die naast me ligt, knort er gewoon doorheen. Als ik vraag of hij niets gehoord heeft, vanmorgen om half zeven, kijkt hij me glazig aan. ‘Wat zou ik hebben moeten horen?’ Van die dingen.
Laseren
Na er een paar jaar tegenaan gehikt te hebben, heb ik de stap gewaagd. Ik heb mijn ogen laten laseren. Mijn aarzeling om het te laten doen had te maken met de kosten, riep ik steeds. Eerst moest het maar eens goedkoper worden. Maar helemaal zuiver was dat motief niet. Ik was gewoon veel te bang, laat ik het maar eerlijk bekennen. En ik luisterde maar al te graag naar de indianenverhalen die me bereikten over blind worden of tenminste half blind en over levenslange ontstekingen met alle daarbij behorende ellendige gevolgen. Aan mijn ogen geen polonaise. Maar ja, dat gedoe met die lenzen is ook niet alles. Om van de bril maar niet te spreken. Dus ik raapte alle moed bij elkaar en meldde me aan voor onderzoek en behandeling. In de kliniek werden ze helemaal enthousiast van mijn zeer geschikte hoornvlies en hoewel ik er geen idee van had hoe ik daar aan was gekomen, nam ik de complimenten toch trots in ontvangst.
|